Vakantie 2026


Waar o waar zouden we toch maar naartoe gaan dit jaar?
Het jaartje is weer om, de feestdagen (en de bijbehorende kilo’s) liggen achter de rug, dus… de paasvakantie lonkt! En net zoals vorig jaar hebben we weer een "klein" reisje gepland.
Nu gaat ge het waarschijnlijk noooit raden. Ga er even voor zitten, hou u vast aan de tafel. Juist. We gaan weer naar Thailand.
Ik weet het, we zijn enorm onvoorspelbaar. Maar goed, Thailand heeft nu eenmaal voor "elk wa wils", en wij zijn blijkbaar nog lang niet uitgekeken. Al gaan we het deze keer wel net even anders aanpakken.
Aangezien we vorig jaar in Krabi volgens Nadine "amper aan winkelen zijn toegekomen" (ik herinner me nochtans levendig die 10.000 winkels, maar soit), leek het haar een strak plan om dit jaar eerst even neer te strijken in Bangkok. Want tja, waar kun je beter shoppen dan in een stad met — naar ruwe schatting — 97 miljoen inwoners en minstens evenveel shopping malls? Het plan is simpel: we gaan eerst enkele dagen in Bangkok "rondhangen". Beetje sightseeing, beetje cultuur opsnuiven, en vooral: de limieten van de kredietkaart testen.
Daarna vliegen we door richting Krabi, maar… we gaan niet rechtstreeks naar het strand. Nee, we maken eerst een tussenstop in Khao Sok. Voor de taalkundigen onder ons: Khao Sok is oud-Thais voor "Koude Voeten", denk ik. Het is een nationaal park dat bekend staat als een van de oudste oerwouden ter wereld. En wat doe je in zo’n oerwoud? Juist ja. Slapen in een boomhut.
Onze vrienden van AsiaDirect verzekeren ons dat het een "luxe-boomhut" is, maar laten we eerlijk zijn: het blijft een hut. In een boom. Midden in de jungle. Dit wordt ofwel mijn beste idee ooit, ofwel het begin van een survival-documentaire. De omgeving wordt omschreven als een plek waar Lord of the Rings meets Avatar, al vermoed ik zelf dat er ook een vleugje Predator tussen de struiken zit.
Als we de boomhut overleven, verkassen we naar een drijvende woning op het stuwmeer om vandaar de natuurpracht verder te ontdekken (hopelijk zonder dat de natuur ons ontdekt).
En om te bekomen van al dat avontuur, keren we daarna terug naar onze vertrouwde favorieten: Avani en Tubkaek. Wij tellen alvast af naar de vakantie. Hou deze pagina zeker in de gaten voor de doldwaze avonturen van ons gezin — en laten we eerlijk zijn: vooral die van Nadine.
Tot snel!
The Tiger Caves
Nog één maand en we gaan er wéér voor. De Tiger Caves lonken alsof ze mij persoonlijk aan het uitlachen zijn. Na zeven maanden uitstel ben ik er rotsvast van overtuigd dat één maand voorbereiding ruimschoots genoeg is om mijn boeddha-lichaam om te smelten tot een Griekse god die doodleuk een Thaise tempel binnenwandelt en 14.682 trappen (give or take) de baas kan. Vandaag begonnen aan de training. En hoe train je trappenlopen? Juist ja: door trappen te lopen. Gelukkig ligt er recht voor mijn deur het ideale trainingsparcours: een toren van een duizelingwekkende 30 meter hoog, met een verbijsterende 150 treden. Pure topklasse.
Eerste poging: ik geraak al tot halverwege. Dus dat voorspelt veel goeds.
Met dank aan het reanimatieteam van het Virga Jesseziekenhuis , dat ze me halverwege zijn komen redden.


foto tijdens mijn voorbereiding
Dag 1 – Vertrekken is afzien, reizen is genieten
Het eerste dagje van een reis is nooit het leukste.
Laat ons eerlijk zijn: op reis gaan is vervelend, op reis zijn is fantastisch.
Dat zijn twee totaal verschillende dingen.
Omdat onze vlucht pas om 13u30 vertrekt, moeten we gelukkig niet midden in de nacht uit bed rollen alsof we gaan werken in plaats van op vakantie. We hebben ’s morgens dus nog rustig de tijd om de laatste check van de koffers te doen, een douchke te pakken, de tandjes te poetsen en daarna met ons hele hebben en houden in de auto van de schoonbroer te kruipen.
Bestemming: Zaventem.
Missie: Thailand halen zonder familiale meltdown.
Wonder boven wonder zijn we het ergste verkeer rond Zaventem voor. Geen files van 47 kilometer, geen stressaanvallen, geen “zijn we de paspoorten vergeten?”-paniek. We komen ruim op tijd aan op de luchthaven.
En dan gebeurt er iets verdachts.
Alles gaat vlot.
Te vlot eigenlijk.
We vliegen in één ruk door de bagageafgeefkioskdinges, het douane-handtascontrole-gedoe en de paspoortcontroletoestand. Voor we het goed en wel beseffen, staan we al aan de boardinggate. Zo snel zelfs dat ik even dacht dat we per ongeluk businessclass-reizigers geworden waren.
Aan de gate staat nog een vliegtuig van een andere maatschappij geparkeerd, maar geen probleem. Wij zijn op tijd. De koffers zijn weg. De paspoorten zitten nog in onze zak. Niemand is ruzie aan het maken. Alles lijkt onder controle.
Dus we ontspannen.
Dom natuurlijk.
Want net wanneer je denkt: “Amai, dit loopt precies allemaal eens normaal,” beslist het universum om er toch nog een klein afleveringetje Airport Panic: Stas Edition tegenaan te gooien.
Een half uur voor vertrek worden plots onze namen afgeroepen.
“Familie Stas, gelieve u zo snel mogelijk te melden bij het personeel aan de gate.”
Lap.
Daar gaat onze vakantie.
Mijn eerste gedachte?
Thailand heeft klachten doorgestuurd van de vorige keer.
Zoiets van:
“Die mensen? Nee nee. Die hebben wij vorig jaar al gehad. Laat die maar schoon in België blijven.”
Met de moed der wanhoop melden we ons bij de dame aan de gate. Zij kijkt serieus. Té serieus. En dan zegt ze dat we terug moeten naar de bagageafgifte, want er zou iets mis zijn met onze koffer.
Natuurlijk.
En uiteraard ligt die bagageafgeefkioskdinges niet vlak naast de gate. Nee hoor. Die ligt aan de andere kant van de luchthaven, ergens voorbij zeven roltrappen, drie continenten en een emotionele instorting.
En we hebben nog een half uur.
Dus beginnen we te lopen.
Met handbagage.
In Zaventem.
Ik ben vrij zeker dat we onderweg meerdere wereldrecords hebben verbroken. Nadine liep alsof ze haar vlucht moest halen, Caithlyn zweefde ergens tussen paniek en “dit is gênant”, en ik probeerde waardig te blijven terwijl ik klonk als een astmatische waterbuffel met een rugzak.
Eindelijk komen we opnieuw aan bij het bagageafgeefkioskding.
Daar worden we nogal nors ontvangen door iemand die duidelijk al genoeg koffers voor één mensenleven had gezien. We moeten onze bagage openen.
Spanning.
Mysterie.
Wat zit erin?
Drugs?
Een verboden wapen?
Een levende varaan?
Mijn zwemshort die volgens internationale verdragen niet meer gedragen mag worden?
Nee.
Een aansteker.
Een verdwaalde aansteker had blijkbaar beslist om mee op vakantie te gaan en veroorzaakte internationale heisa.
Opgelucht dat we dus toch niet op een Thaise zwarte lijst stonden, ritsen we alles weer dicht en spurten we terug richting gate. Opnieuw door de luchthaven, opnieuw met handbagage, opnieuw met het atletisch vermogen van drie mensen die eigenlijk gewoon rustig op vakantie wilden vertrekken.
En jawel hoor: we halen het.
Net op tijd kunnen we boarden.
Wij zitten op het vliegtuig.
Thailand komt weer dichterbij.
De vakantie kan beginnen.
Nu alleen nog hopen dat onze bagage hetzelfde vliegtuig heeft genomen.
Na een lange vlucht waarin we zogezegd allemaal heerlijk hebben geslapen en volledig uitgerust zijn, komen we eindelijk aan op Suvarnabhumi… Suvarnabhoomi… Suvarnabootie… bon, de luchthaven van Bangkok.
Volledig kapot gaan we van boord.
(Mocht het sarcasme in de vorige zin niet duidelijk geweest zijn: slapen op een vlucht is niet rustgevend. Dat is gewoon de hel op aarde, of beter gezegd: de hel in de lucht.)
Gelukkig is de luchthaven van Bangkok een bescheiden, compact en overzichtelijk gebouwtje.
Na ongeveer 30 roltrappen, 14 kilometer wandelen, een halve expeditie en zelfs nog een treinrit, komen we eindelijk aan bij de bagageband. En daar zit het ons voor één keer écht mee: blijkbaar is de laatste bagage die in het vliegtuig geladen wordt, vaak de eerste die eruit komt. Geen idee of dat altijd klopt, maar in ons geval wel, want nog voor we goed en wel beseffen waar we staan, zien we onze koffers al verschijnen.
Dat is toch altijd een klein geluksmomentje op reis.
Zeker na zo’n vlucht, wanneer je half dood, half verward en volledig gedehydrateerd aan die band staat te turen alsof er elk moment een van je kinderen voorbij kan rollen in plaats van een valies.
Met onze bagage veilig in de hand vinden we vrij vlot de uitgang, en daar worden we netjes opgewacht om ons naar onze eerste bestemming te brengen: ons hotel in hartje Bangkok.
Na een rit van ongeveer een uurtje door een stad die met elke kilometer indrukwekkender wordt, rijden we uiteindelijk een klein straatje in: Soi 15, Sukhumvit Road.
En daar…
tussen de drukte, de warmte, de eerste indrukken en het besef van ja lap, we zijn er echt…
begint ons Thaise avontuur pas écht.
Dag 2 – Terminal 21, Griekse toiletten en een hamburgeropenbaring
Omdat onze kamer nog niet klaar is en we moeilijk een halve dag wezenloos in de lobby kunnen blijven hangen, besluiten we onze eerste echte wandeling door Bangkok te maken.
Bestemming: Sukhumvit Road, de grote hoofdstraat op zo’n 400 meter van ons hotel.
Vierhonderd meter klinkt niet ver.
In België is dat een klein wandelingetje.
In Bangkok, bij ochtendtemperaturen die aanvoelen alsof je door een natte oven wandelt, is dat toch al bijna een survivaltocht met toeristische doeleinden.
Gelukkig ligt vlak bij ons hotel ook Terminal 21, een waanzinnig groot winkelcentrum. Of beter gezegd: waanzinnig groot voor ons, maar waarschijnlijk gewoon “een gezellig buurtwinkeltje” naar Bangkok-normen.
Elke verdieping heeft daar zijn eigen thema. Londen, Parijs, Tokio, San Francisco… je wandelt eigenlijk van wereldstad naar wereldstad zonder ooit echt te weten op welke verdieping je nu weer beland bent. Superlatieven komen hier natuurlijk opnieuw tekort. Alles is groot, mooi, proper en indrukwekkend.
Zelfs de toiletten zijn een attractie op zich.
Op een van de verdiepingen lijkt het alsof je ineens in het oude Griekenland bent beland. Marmeren zuilen, stijlvolle details, alles erop en eraan. Alleen staat er dan plots een hightech toilet met meer bedieningsknoppen dan de spaceshuttle.
Ik durfde bijna niets aan te raken.
Voor hetzelfde geld druk je op de verkeerde knop en word je gelanceerd richting vijfde verdieping.
Na wat rondslenteren besluiten we iets te eten in de foodcourt. En daar gebeurt iets onverwachts.
Een klein kraampje maakt reclame voor smashburgers.
Nu ben ik best wel een grote hamburgerfan.
Bijna zo groot als Caithlyn.
Dus ja, dan moet je dat proberen.
En zonder overdrijven: dit was een bijna spirituele ervaring.
Ik dacht dat ik hamburgers kende.
Ik dacht dat ik wist wat een goede hamburger was.
Maar deze kleine Thaise smashburger heeft mijn hele begrip van hamburgers hertekend.
Geen overdreven gedoe. Geen toren van 47 ingrediënten die je kaak uit de kom trekt. Gewoon perfect gebakken vlees, goede saus, zacht broodje, alles juist in balans.
Perfectie in eenvoud.
Ik heb daar even naar die burger zitten kijken alsof hij mij iets wou vertellen over het leven.
Natuurlijk waren er ook nog ongeveer 3000 roltrappen, god weet hoeveel winkels, verdiepingen vol lichtjes, geluiden, geuren en mensen… maar eerlijk?
Die hamburger was divine.
Na eindeloos rondslenteren, verdwalen, kijken, nog eens kijken en waarschijnlijk drie keer dezelfde roltrap nemen zonder het te beseffen, besluiten we terug te keren naar het hotel.
Deze keer gelukkig met een taxi.
Want wandelen is leuk, maar overleven ook.
Tien minuten later komen we aan in het hotel en krijgen we eindelijk goed nieuws: onze kamers zijn klaar.
En eerlijk? Ik had niet verwacht dat de kamer zo mooi zou zijn.
Ruim, proper, stijlvol, comfortabel. Alweer een prachtig hotel.
Caithlyn blij.
Mama blij.
En als mama en Caithlyn blij zijn, dan is papa automatisch ook blij. Zo werkt dat systeem. Heel eenvoudig eigenlijk.
Na de lange reis begint de vermoeidheid nu wel echt binnen te komen. Dus we besluiten om even een welverdiend dutje te doen.
En amai, dat dutje doet deugd.
Na onze korte siësta zijn de dames nog niet helemaal gereanimeerd, maar ik voel het alweer kriebelen. Buiten ligt Bangkok. Groot, druk, warm, levendig en compleet onbekend.
En ik?
Ik sta al te popelen om verder op ontdekking te gaan.
Na ons dutje begint het bij mij alweer te kriebelen.
Bangkok ligt daar buiten gewoon te wachten, en ik kan onmogelijk blijven stilzitten. Dus ik spring in mijn sloffen, klaar om desnoods alleen even de stad in te trekken.
Nadine vertrouwt dat plan duidelijk niet helemaal.
Begrijpelijk ook. Laat mij alleen los in Bangkok en de kans bestaat dat ik drie uur later terugkom met een houten olifant, een zonnebril zonder glazen en een verhaal dat begint met: “Ge gaat het niet geloven, maar…”
Dus laten we Caithlyn rustig nog wat slapen en trekken we met ons tweeën op avontuur.
Een avontuur dat aanvankelijk bijzonder kort lijkt te worden.
Na amper honderd meter merken we dat we onze paspoorten niet bij hebben. En zonder paspoort kunnen we geen geld wisselen. Dus staan we daar. Twee ontdekkingsreizigers zonder geld, zonder plan en met ongeveer evenveel voorbereiding als een duif op citytrip.
We keren dus terug op onze stappen.
En dan worden we aangesproken door een bijzonder enthousiaste taxichauffeur.
Voor 100 baht wil hij ons heel Bangkok laten zien.
Nu moet je weten: 100 baht is ongeveer niks.
Dus ergens voel je meteen: dit klopt niet.
Ofwel worden we opgelicht.
Ofwel worden we vermoord.
Ofwel maken we iets totaal absurd mee dat later perfect in een blog past.
Aangezien optie drie toch wel verleidelijk klinkt, wagen we de sprong.
We stappen in.
De chauffeur rijdt ons, zoals beloofd, door Bangkok. Straat na straat, tempel na tempel, drukte overal. En net wanneer we beginnen te denken dat dit misschien toch een geweldig koopje was, draait hij plots een donker steegje in.
Daar stopt hij.
“Voilà, we zijn er.”
Ja lap.
Daar gaat het avontuur.
Toch vermoord worden.
Ik kijk naar Nadine met zo’n blik van:
“Als dit misloopt, vermeld dan in mijn overlijdensbericht dat ik het ergens wel zag aankomen.”
Maar dan blijkt dat het donkere steegje helemaal geen moordlocatie is. Het komt uit aan een pier aan de Chao Phraya-rivier.
Onze taxichauffeur blijkt dus niet alleen taxichauffeur te zijn, maar ook een slinkse rivierbootding-bestuurder met een zeer uitgebreid businessmodel.
We halen opgelucht adem.
Geen moord.
Wel een boot.
Eerlijk? Dat is een upgrade.
Voor we het goed en wel beseffen, zitten Nadine en ik in een boot op de Chao Phraya. En wat begint als een verdacht goedkoop taxiritje, verandert plots in een privé-rondvaart van twee uur door Bangkok.
Bangkok by river.
Alleen voor ons twee.
En amai… wat een ervaring.
Vanaf het water zie je de stad helemaal anders. Hoge gebouwen, oude huizen op palen, tempels die blinken in de zon, bootjes die voorbijrazen, en overal dat typische Bangkok-gevoel: druk, chaotisch, mooi, vuil, indrukwekkend en magisch tegelijk.
Het was niet gepland.
Niet logisch.
Niet helemaal betrouwbaar begonnen.
Maar het werd een van die onverwachte momenten die je net bijblijven.
Na de rondvaart worden we netjes weer aan ons hotel afgezet. Geen ontvoering, geen verkoopspraatje van drie uur, geen gedwongen bezoek aan een tapijtenwinkel. Gewoon een vreemd, mooi, onverwacht avontuur.
We halen nog snel een hapje om te eten en daarna is het voor iedereen op.
Bangkok heeft gewonnen.
We kruipen in bed en vallen in een diepe, welverdiende slaap.
Eindelijk.
Want morgen wacht er ongetwijfeld weer iets waar we totaal niet op voorbereid zijn.
Dag 3 – Simpele wiskunde: twee dames + Bangkok = shoppen
Dag 3 is eigenlijk heel simpele wiskunde.
Ik ben met twee dames in één van de grootste steden ter wereld, omringd door winkelcentra die ongeveer even groot zijn als Vlaanderen.
Dus wat staat er vandaag op het menu?
Cultuur?
Tempels?
Een historische wandeling?
Een diepgaande kennismaking met de ziel van Bangkok?
Nee natuurlijk.
Shoppen.
Iets wat ons vorig jaar niet echt gelukt was, moest vandaag rechtgezet worden. En als ge iets moet rechtzetten, doe het dan meteen goed. Niet één winkeltje. Niet één straatje. Nee nee. Bangkok-style: winkelcentra met meerdere verdiepingen, honderden winkels, duizenden mensen en genoeg roltrappen om een kleine natie mee te verbinden.
Maar om toch nog een vleugje avontuur toe te voegen aan deze expeditie, besluiten we geen taxi te nemen.
Nee.
Vandaag gaan we met de BTS.
De BTS is eigenlijk een wereldwonder op zich. Stel u Brussel voor, maar dan tien keer groter, tien keer drukker, tien keer warmer, en gooi daar dan zwevende treinsporen overheen in alle richtingen. Voeg daar nog wat futuristische stations, massa’s mensen, airco en Thaise efficiëntie aan toe, en ge krijgt ongeveer een idee.
Of eigenlijk niet.
Ge moet het gewoon zien.
Die treinen zweven hoog boven de stad, terwijl onder u het verkeer in alle richtingen krioelt alsof iemand een doos speelgoedauto’s heeft omgekieperd en gezegd heeft: “Trek uw plan.”
En wij staan daar dan, ergens boven Bangkok, met onze tickets, onze rugzak, onze goede moed en mijn innerlijke stem die zegt:
“Als we hier verkeerd opstappen, zitten we straks in Cambodja.”
Maar eerlijk?
Wat een systeem.
Snel, proper, duidelijk en vooral: geen file. In een stad waar auto’s soms meer stilstaan dan rijden, voelt de BTS bijna als valsspelen.
Ik zou hier nu gerust nog drie uur kunnen zagen over hoe geweldig dat allemaal is, maar kijk straks gewoon naar de foto’s. Die zeggen waarschijnlijk meer dan mijn uitleg.
En bovendien: we hadden een missie.
De dames wilden shoppen.
En als de dames willen shoppen, dan volgt papa.
Met lichte paniek.
Met bewondering.
En met de stille hoop dat er ergens onderweg een hamburgerkraam staat.
Dag 4 – Van Bangkok naar de jungle
Dag 4 wordt een drukke dag.
Vandaag laten we Bangkok achter ons en nemen we een binnenlandse vlucht naar Krabi. Daarna worden we opgehaald voor iets waar we al lang naar uitkijken: een verblijf in een treehouse midden in de jungle.
Dus hup, vroeg uit bed.
Niet té enthousiast natuurlijk, want vroeg opstaan op vakantie blijft een vorm van mentale mishandeling, maar goed: jungle roept, dus wij luisteren.
We beginnen met een lekker ontbijtje in het hotel, nog een laatste blik op Bangkok, koffers toe, paspoorten checken, nog eens checken of we de paspoorten écht hebben — we leren bij — en dan wachten op onze chauffeur richting de luchthaven.
Alles verloopt eigenlijk verrassend vlot.
En dat is altijd verdacht.
Maar nee hoor, deze keer geen mysterieuze aanstekers in de bagage, geen sprint door de luchthaven en geen namen die worden afgeroepen alsof we gezocht worden door Interpol. Gewoon netjes naar de luchthaven, inchecken, bagage afgeven en wachten.
Alleen… wachten duurt op een luchthaven altijd drie keer zo lang als gewone tijd.
Ik ben er vrij zeker van dat luchthavens hun eigen tijdzone hebben.
Eén uur wachten voelt daar als een volledige werkdag met slechte koffie.
Uiteindelijk mogen we aan boord en volgt onze vlucht naar Krabi. En zoals dat dan gaat met binnenlandse vluchten: we hebben volgens mij langer zitten wachten dan effectief gevlogen.
Maar goed, we landen veilig in Krabi.
En daar gaat ineens alles in turbo-modus.
Binnen de vijftien minuten zijn we van het vliegtuig, hebben we onze bagage, staan we buiten en zoeken we onze taxi richting ons volgende avontuur.
Dat is Thailand op z’n best: eerst eindeloos wachten, en dan ineens gaat alles zo snel dat ge bijna vergeet dat ge moe zijt.
Buiten voelen we meteen opnieuw die vertrouwde warme lucht van Krabi. Niet zomaar warmte, maar die typische tropische klap in uw gezicht die zegt:
“Welkom terug. Uw T-shirt is vanaf nu decoratief.”
Onze taxi staat klaar.
Volgende bestemming: de jungle.
En niet zomaar de jungle.
Een treehouse.
Dus daar gaan we dan. Weg van de drukte, weg van Bangkok, richting groen, stilte, dieren, vreemde geluiden in de nacht en waarschijnlijk minstens één beest waarvan ik ga doen alsof ik het niet gezien heb.
Het volgende hoofdstuk van onze reis kan beginnen.